-
-
Delen kan via je browser. Dank daarvoor !
Moerasspirea
Filipendula ulmaria
Goed te herkennen aan
de pluimen roomwitte kleine bloemetjes, die zoet geuren én de vruchtjes, die spiraalsgewijs om elkaar heen gedraaid zijn.

Bloeiperiode vanaf juni t/m augustus.
Zeer algemeen.
Hoogte 60 tot 120 cm.
Doorsnede van de bloem 4 tot 8 mm.

Moerasspirea groeit voornamelijk in natte graslanden, moerassen, lichte loofbossen en aan waterkanten.

Moerasspirea bloeit met schuimachtige pluimen.

De kale, schroefvormige vruchten zitten om elkaar gedraaid.

De stengels zijn vaak roodbruin aangelopen en alleen bovenaan vertakt.
Vergelijkbare soorten
Moeasspirea lijkt op knolspirea. Toch zijn er wel wat verschillen. Knolspirea wordt minder hoog. De bloemen van de knolspirea zijn groter, soms roze of rood, de bladeren zijn langgerekter en bestaan uit minstens 8 paar deelblaadjes. En knolspirea is zeldzaam, komt in Nederland alleen nog voor in het oostelijke rivierengebied.
Daarnaast lijkt op afstand de bloeiwijze van
poelruit op die van moerasspirea; de pluimen van moerasspirea zijn echter witter en zien er wolliger uit.
De bladeren van moerasspirea zijn afgebroken oneven geveerd met langwerpige, onregelmatig gezaagde deelblaadjes. Het bovenste blad is meestal 3- tot 5-lobbig. De bladeren van poelruit zijn oneven 2- tot 3-voudig geveerd met handvormige deelblaadjes.
Bewerkte botanische illustratie van
moerasspirea (Filipendula ulmaria).
Het origineel is van C.A.M. Lindman; Bilder ur Nordens Flora, vol. 2: t. 288 (1922-1926).
Delen kan via je browser. Dank daarvoor !