-
-
Delen kan via je browser. Dank daarvoor !
Gele morgenster
Tragopogon pratensis subsp. pratensis
Goed te herkennen aan
de (licht)gele lintbloemen, die ongeveer even lang of korter zijn dan de omwindselbladen én de gele helmknoppen met bruinachtig zwarte top én het grasachtige blad.

Bloeiperiode vanaf mei t/m juli.
Algemeen tot zeldzaam.
Hoogte 20 tot 90 cm.
Doorsnede van de bloem 4 tot 5 cm.

Gele morgenster groeit op vochtige tot droge, matig voedselrijk, grazige grond.

De gele lintbloemen zijn ongeveer even langer of korter dan de omwindselbladen. De 8 omwindselbladen zijn iets boven de voet overdwars ingesnoerd.

Gele morgenster heeft grasachtig blad.

Uitgebloeide bloemen veranderen als de vruchtjes rijp zijn in een prachtige grote pluizenbol.

De helmknoppen hebben een bruinachtig zwarte top.
Vergelijkbare soort is oosterse morgenster.
oosterse morgenster :
hoofdjes met goud- of oranjegele lintbloemen, die tot dubbel zo lang zijn als de omwindselbladen, helmknoppen geel met een bruinpaarse streep.
gele morgenster :
hoofdjes met (licht)gele lintbloemen, die ongeveer even lang of korter zijn dan de omwindselbladen, helmknoppen geel met een bruinachtig zwarte top.
Bewerkte botanische illustratie van
gele morgenster (Tragopogon pratensis subsp. pratensis).
Het origineel is van J.E. Sowerby et al.; English Botany, or Coloured Figures of British Plants, ed. 3 [B], vol. 5: t. 800 (1866).
Delen kan via je browser. Dank daarvoor !