Delen kan via je browser. Dank daarvoor !

Liggende ganzerik
Potentilla supina

Goed te herkennen aan
de lichtgele bloemetjes, waarvan de 5 kroonbladen elkaar niet raken én korter dan of even lang zijn als de kelkbladen én de oneven geveerde, van onderen groene bladeren én de liggende, behaarde, ronde, niet wortelende stengels.



Bloeiperiode vanaf juni t/m september.
Vrij tot zeer zeldzaam.
Hoogte 5 tot 45 cm.
Doorsnede van het bloemetje 5 tot 10 mm.



Liggende ganzerik groeit op open, natte, 's zomers droogvallende, voedselrijke grond aan rivieroevers en op omgewerkte grond.



Na de bloei gaan de bloemstelen hangen. Zie uitgebloeide bloem onder in de foto.



De bijkelkbladen zijn langer dan de kelkbladen.



De vruchtjes zijn eerst groengeel en worden later bruin.



De onderste bladeren zijn gesteeld.



De stengels zijn slap, ze liggen op de grond of hangen op andere vegetatie, zoals hier op een brandnetel. Ze zijn afstaand of iets aangedrukt, zacht behaard.





Bewerkte botanische illustratie van
liggende ganzerik (Potentilla supina).
Het origineel is van J. Sturm, E.H.L. Krause en K.G. Lutz; Flora von Deutschland in Abbildungen nach der Natur, Zweite auflage, vol. 8: t. 16 (1904).



Delen kan via je browser. Dank daarvoor !