Delen kan via je browser. Dank daarvoor !

Kleine klaver
Trifolium dubium

Goed te herkennen aan
de gele bloemhoofdjes met vlinderbloemen, die een smalle vlag hebben én die na de bloei geelbruin verkleuren en gaan hangen én het driedelige klaverblad.



Bloeiperiode vanaf mei t/m september.
Zeer algemeen.
Hoogte 3 tot 15 cm.
Doorsnede van het hoofdje tot 9 mm.



Kleine klaver groeit open, min of meer vochtige, min of meer voedselrijke grond op dijken, in wegbermen en hooilanden.



De bloemenhoofdjes bestaan uit 3 tot 15 (25) vlinderbloemen met een smalle, niet of nauwelijks geplooide vlag.



Na de bloei verkleuren de bloemetjes naar geelbruin en worden teruggeslagen (maar vallen niet af), waardoor het bloemhoofdje kegelvormig wordt.



Het eindelingse blad van de middelste en bovenste samengestelde bladeren is langer gesteeld dan de 2 zijdelingse bladeren.



De stengels zijn rond en behaard.


Vergelijkbare soorten

hopklaver :
10-50 bloemig helder geel hoofdje, niervormige groene (later zwarte) vruchtjes, afvallende bloemen, vierkantige stengel.

liggende klaver :
20-40 bloemig citroen- tot gouddeel hoofdje, waarvan de bloemen een duidelijk geplooide, brede vlag hebben, niet afvallen, kleurloos tot lichtbruin verkleuren, ronde stengel.

kleine klaver :
3-15(-25) bloemig geel hoofdje, waarvan de bloemen na de bloei verkleuren naar geelbruin, niet afvallen maar gaan hangen, ronde stengel.





Bewerkte botanische illustratie van
kleine klaver (Trifolium dubium).
Het origineel is van J.E. Sowerby et al.; English Botany, or Coloured Figures of British Plants, ed. 3 [B], vol. 3: t. 366 (1864).



Delen kan via je browser. Dank daarvoor !