Delen kan via je browser. Dank daarvoor !

Gewone brunel
Prunella vulgaris

Goed te herkennen aan
de dichte, aarvormige bloeiwijze met paarse lipbloemen, vaak roodbruine kelken en groene schutbladen.



Bloeiperiode vanaf mei tot de herfst.
Zeer algemeen.
Hoogte 7 tot 45 cm.
Lengte van de bloem 8 tot 15 mm.



De bloemen hebben een helmvormige bovenlip.



Gewone brunel wordt 7 tot 45 cm hoog en groeit op vochtige, matig voedselrijke grond in grasland, bermen, grazige duinvalleien, afgravingen en aan bospaden.



De middelste lob van de onderlip is franjeachtig getand.



De stengel is vierkant, licht behaard of kaal.



Tijdens het rijpen van de zaden verlengt de bloeiwijze zich iets.



De stengelbladeren zijn behaard, eirond tot langwerpig, hebben een stompe punt en een gave of licht gekartelde rand.


Vergelijkbare soort is kruipend zenegroen. Toch zitten er een paar duidelijke verschillen tussen beide soorten. De bloeiwijze van kruipend zenegroen is langer en minder dicht. De bloemen zijn blauwer en missen de helmvormige bovenlip.





Bewerkte botanische illustratie van
gewone brunel (Prunella vulgaris).
Het origineel is van C.A.M. Lindman; Bilder ur Nordens Flora, vol. 1: t. 101 (1922-1926).



Delen kan via je browser. Dank daarvoor !