Delen kan via je browser. Dank daarvoor !

Akkerkers
Rorippa sylvestris

Goed te herkennen aan
de trosjes helder gele bloemetjes met vier kroonbladen, die 2 x zo lang zijn als de kelkbladen én het diep veervormig ingesneden blad met een smalle, tamelijk kleine eindslip, zonder oortjes.



Bloeiperiode vanaf juni t/m september.
Zeer algemeen voorkomend.
Hoogte 20 tot 45 cm.
Doorsnede van een bloemetje 4 tot 6 mm.



Akkerkers groeit op open tot grazige, natte tot vochtige, meestal omgewerkte grond, vooral in akkers en uiterwaarden.



De gele kroonbladen zijn ongeveer 2x zo lang als de geelgroene kelkbladen.



Onderaan vormen de bladeren een rozet.



De bladeren zijn diep veervormig ingesneden en hebben een smalle, tamelijk kleine eindslip.



Akkerkers met witte klaver, korenbloem, akkerdistel en klaproos.


Vergelijkbare soorten
Andere soorten kers zijn : moeraskers, Oostenrijkse kers, valse akkerkers en gele waterkers. Op de desktopversie staat uitgelegd hoe je ze van elkaar kan onderscheiden.





Bewerkte botanische illustratie van
akkerkers (Rorippa sylvestris) met rechts moeraskers (Rorippa palustris).
Het origineel is van J. Sturm, E.H.L. Krause en K.G. Lutz, Flora von Deutschland in Abbildungen nach der Natur, Zweite auflage, vol. 6: t. 10, fig. 1 (1902).



Delen kan via je browser. Dank daarvoor !