327 inheemse, verwilderde en ingeburgerde soorten, geïllustreerd met ruim 3000 foto's
  
"Onkruiden zijn ook bloemen wanneer je ze beter leert kennen." Winnie de Poeh

  home        soortenlijst        sleutels        links       stats        bron        contact        copyright
   
Sleutel gele composieten met uitsluitend lintbloemen en minimaal 2 volwaardige bladeren
 

Een plant van de composietenfamilie (Asteraceae) heeft een bloeiwijze, die bestaat uit meerdere sterk gereduceerde bloemetjes (lintbloemen of straal- en buisbloemen), die samen het bloemhoofdje vormen. In de Wikipedia staat een en ander heel duidelijk uitgelegd.

Hieronder vind je een schema om gele composieten met uitsluitend lintbloemen en met minimaal twee volwaardige bladeren aan de bloeistengel van elkaar te kunnen onderscheiden. Let op : het gaat om stengelbladeren, schutbladen tellen niet mee!

Tot de tweede groep (gele composieten met uitsluitend lintbloemen en met een kale bloeistengel of met hooguit 1 blad of een aantal schubvormige bladeren) behoren gewoon biggenkruid, glad biggenkruid, kleine leeuwentand, korensla, muizenoor, muurhavikskruid, paardenbloem, ruige leeuwentand, spits havikskruid, vals muizenoor en vertakte leeuwentand.
Hoe onderscheid te maken tussen deze soorten staat op de pagina "Sleutel gele composieten zonder blad".

Gele composieten met alleen lintbloemen en met minimaal 2 volwaardige bladeren aan de bloeistengel
Sommige soorten zijn te herkennen aan 1 specifiek kenmerk. Bij andere soorten zul je moeten letten op een combinatie van kenmerken.
Beantwoord de vragen van boven naar beneden. Bij "nee" ga je door naar de volgende vraag van hetzelfde niveau.
Is het antwoord op een vet gedrukte vraag "ja", maar kun je geen keuze maken, kijk dan voor aanvullende kenmerken in het tweede deel van het schema.
Vooral de gekleurde kenmerken
zijn van belang om te bepalen of je de juiste soort hebt.
knikkende knoppen ?
     - 1 bloemhoofdje per stengel ? .....................................................................................................
     - per stengel een schermvormige pluim van meerdere bloemhoofdjes ? .......................

middennerf aan de onderkant van het blad stekelig ?
     - onderste en middelste bladeren vaak een kwartslag gedraaid ? ...................................
     - stengel vaak roodbruin of gevlekt ? ........................................................................................

5 lintbloemen per hoofdje ? ........................................................................................................

buitenste 3 tot 5 omwindselblaadjes breed driehoekig ? ............................................

grasachtig blad ? ................................................................................................................................

ongesteelde bloemhoofdjes ? .....................................................................................................

onderkant rand bloemen niet geel ?
    - onderkant randbloemen paarsrood en onderste omwindselblaadjes staan iets uit ?
    - onderkant randbloemen roodachtig en stekelig, glanzend, donkergroen blad ? ........
    - onderkant randbloemen zilverig tot paarsrood en
      zwak stekelig, matgroen gedeeld blad ? ....................................................................................
    - onderkant randbloemen roodachtig en
      bovenste bladeren smal met uitstaande oortjes ? ..................................................................

enkele of alle omwindselblaadjes op de een of andere manier afstaand ?
    - top van onderste en middelste omwindselblaadjes uitstaand, rijk bebladerde       stengels ? .............................................................................................................................................
    - onderste omwindselblaadjes uitstaand ? ...................................................................................
    - onderste omwindselblaadjes staan boogvormig uit of zijn teruggekromd ? ...............
    - stijlen donkergroen en bladrand omgerold ? ..........................................................................
    - onderste omwindselblaadjes staan iets af en stengelomvattende bladeren ? ..............

omwindselblaadjes geel beklierd ? ............................................................................................

omwindselblaadjes zwart beklierd ?
    - rozet aanwezig en omwindselblaadjes ook zwart behaard ? .............................................
    - bladeren met spitse afstaande oortjes ? ....................................................................................
    - stijlen zwartgroen, omwindselblaadjes ook zwart behaard en pijlvormig blad ? ........

1 rij kale omwindselblaadjes met verdikte middennerf ? ...............................................

rozet aanwezig ? ..................................................................................................................................

op alle vorige vragen was het antwoord "nee" ?
    - stijlen vrij zwart ? ...............................................................................................................................
    - stijlen geel tot bruin ? ......................................................................................................................

kleine schorseneer
stinkend streepzaad


kompassla
gifsla

muursla

dubbelkelk

morgenster

knikbloem


paardenbloemstreepzaad
gekroesde melkdistel

gewone melkdistel

klein streepzaad



schermhavikskruid
groot streepzaad
echt bitterkruid
smal streepzaad
stengelomvattend havikskruid

akkermelkdistel


dicht havikskruid
moerasmelkdistel
moerasstreepzaad

akkerkool

weidehavikskruid


boshavikskruid
stijf havikskruid

In het volgende deel staan de hierboven genoemde soorten op alfabetische volgorde met aanvullende kenmerken.
  • akkerkool (Lapsana communis)
    - 1 rij kale omwindselblaadjes met verdikte middennerf
    - aan de basis nog enkele zeer kleine omwindselblaadjes
    - zeer algemeen
    - vanaf juni t/m augustus
    - 30 tot 120 cm
    - lichtgeel 1 tot hooguit 2 cm, lang gesteeld
    - stengel boven het midden vertakt

  • akkermelkdistel (Sonchus arvensis)
    - omwindselblaadjes geel beklierd
    - zeer algemeen
    - vanaf juni tot in de herfst
    - tot 150 cm
    - goud- tot oranjeachtig geel, 4 tot 5 cm
    - bladeren met afgeronde, tegen de stengel aangedrukte oortjes

  • boshavikskruid (Hieracium sabaudum)
    - stijlen vrij zwart
    - onderkant blad blauwgroen
    - rozet verdord tijdens bloeitijd
    - alle omwindselblaadjes met stompe top
    - bladrand altijd getand
    - bladeren in het midden van de stengel dicht bij elkaar
    - vrij algemeen tot ontbrekend
    - vanaf augustus t/m oktober
    - 30 tot 120 cm
    - geel 2,2 - 3,4 cm
    - lijkt op stijfhavikskruid, vergelijk de gekleurde kenmerken

  • dicht havikskruid (Hieracium vulgatum)
    - omwindselblaadjes zwart beklierd en behaard
      (zie ook moerasmelkdistel en moerasstreepzaad)
    - vrij algemeen tot zeer zeldzaam
    - juni en juli
    - 20 tot 60 cm
    - geel
    - soms gevlekt blad
    - stengel zwart beklierd en behaard
    - rozet tijdens bloeitijd aanwezig

  • dubbelkelk (Picris echioides)
    - buitenste 3 tot 5 omwindselblaadjes breed driehoekig
    - plaatselijk vrij algemeen tot zeldzaam
    - vanaf juli t/m september
    - 30 tot 60 cm
    - goudgeel 2 tot 2,5 cm
    - stengel stekelig behaard en zigzag gebogen

  • echt bitterkruid (Picris hieracioides)
    - buitenste omwindselblaadjes staan boogvormig uit of zijn
      teruggekromd
      (zie ook groot streepzaad, paardenbloemstreepzaad,
      schermhavikskruid, stengelomvattend havikskruid en
      smal streepzaad)

    - algemeen tot zeer zeldzaam
    - vanaf juli t/m september
    - 30 tot 90 cm
    - goudgeel, soms lichtgeel 2 tot 3,5 cm
    - omwindsel zwart behaard
    - buitenste lintbloemen aan de onderkant soms rood gestreept
    - bovenste stengelbladeren diep stengelomvattend

  • gekroesde melkdistel (Sonchus asper)
    - stekelig, glanzend, donkergroen blad
    - onderkant buitenste lintbloemen roodachtig
      (zie ook gewone melkdistel, klein streepzaad en
      paardenbloemstreepzaad)

    - zeer algemeen
    - vanaf juni tot in de herfst
    - 30 tot 60 cm
    - geel 1 tot 2,5 cm
    - bladeren met afgeronde, tegen de stengel aangedrukte oortjes

  • gewone melkdistel (Sonchus oleraceus)
    - zwak stekelig, mat groen, gedeeld blad
    - onderkant buitenste lintbloemen zilverig tot paarsrood
      (zie ook gekroesde melkdistel, klein streepzaad en
      paardenbloemstreepzaad)

    - zeer algemeen
    - vanaf juni tot in de herfst
    - 30 tot 90 cm
    - lichtgeel 1 tot 2 cm
    - zwak stekelig, dof- of grijsgroen blad, vaak paars aangelopen,
      met grote, stompe, driehoekig eindlob en spitse afstaande oortjes

  • gifsla (Lactuca virosa)
    - middennerf onderkant blad met weinig stekels korter dan 1 mm
      (zie ook kompassla)

    - stengel vaak roodbruin aangelopen of gevlekt
    - bladeren niet gedraaid
    - zeer zeldzaam in stedelijke gebieden
    - juli en augustus
    - 50 tot 150 cm
    - lichtgeel 1 tot 1,5 cm
    - lijkt op kompassla, vergelijk de gekleurde kenmerken

  • groot streepzaad (Crepis biennis)
    - onderste omwindselblaadjes uitstaand
      (zie ook echt bitterkruid, paardenbloemstreepzaad,
      schermhavikskruid, smal streepzaad en
      stengelomvattend havikskruid)

    - onderkant buitenste lintbloemen geel
    - vrij algemeen tot zeer zeldzaam
    - vanaf mei t/m augustus
    - 40 tot 120 cm
    - geel 2 tot 3,5 cm
    - stijlen geel

  • kleine schorseneer (Scorzonera humilis)
    - knikkende knoppen (zie ook stinkend streepzaad)
    - 1 bloemhoofdje per stengel
    - zeer zeldzaam
    - mei en juni
    - 5 tot 50 cm
    - geel 2,5 tot 4,0 cm

  • klein streepzaad (Crepis capillaris)
    - onderkant buitenste lintbloemen roodachtig
      (zie ook gekroesde melkdistel, gewone melkdistel en
      paardenbloemstreepzaad)

    - bovenste bladeren smal lancetvormig met uitstaande oortjes
      (zie ook moerasmelkdistel)

    - zeer algemeen
    - vanaf juni t/m november
    - 30 tot 90 cm
    - geel 1 tot 2 cm
    - 2 rijen omwindselblaadjes, buitenste blaadjes veel korter
    - stijlen vuilgeel

  • knikbloem (Chondrilla juncea)
    - ongesteelde bloemhoofdjes
    - uiterst zeldzaam, rode lijst
    - juli en augustus
    - 60 tot 120 cm
    - lichtgeel 1 cm

  • kompassla (Lactuca serriola)
    - middennerf onderkant blad met stekels langer dan 2 mm
      (zie ook gifsla)

    - onderste en middelste bladeren vaak kwartslag gedraaid
    - algemeen tot zeldzaam
    - juli tot in de herfst
    - 60 tot 120 cm
    - lichtgeel 1,1 tot 1,3 cm
    - lijkt op gifsla, vergelijk de gekleurde kenmerken

  • moerasmelkdistel (Sochus palustris)
    - omwindsel zwart beklierd, soms iets gelig
      (zie ook moerasstreepzaad en dicht havikskruid)
    - bladeren met spitse afstaande oortjes (zie ook klein streepzaad)
    - plaatselijk vrij algemeen tot zeer zeldzaam
    - vanaf juli t/m september
    - 90-300 cm
    - lichtgeel 2,8 tot 4,0 cm
    - alleen bovenaan vertakt
    - grijsgroen blad

  • moerasstreepzaad (Crepis paludosa)
    - stijlen zwartgroen (zie ook smal streepzaad en boshavikskruid)
    - omwindsel zwart behaard en beklierd
      (zie ook moerasmelkdistel en moerasstreepzaad)
    - zeldzaam tot zeer zeldzaam, rode lijst
    - vanaf eind mei tot begin juli
    - 30 tot 120 cm
    - dooiergeel 1,5 tot 3 cm
    - stengel (behalve in de bloeiwijze) en bladeren kaal

  • morgenster (gele, bleke of oosterse) (Tragopogon)
    - grasachtig blad
    - spitse knoppen
    - algemeen tot zeldzaam, Oosterse morgenster op rode lijst
    - vanaf mei t/m juli
    - 20 tot 90 cm
    - licht- tot oranjegeel, 4 tot 5 cm

  • muursla (Mycelis muralis)
    - 5 lintbloemen per hoofdje
    - vrij zeldzaam tot ontbrekend
    - vanaf juni t/m augustus
    - 60 tot 90 cm
    - lichtgeel 7 tot 8 mm

  • paardenbloemstreepzaad (Crepis vesicaria subsp. taraxacifolia)
    - onderkant buitenste lintbloemen paarsrood aangelopen
      (zie ook gekroesde melkdistel, gewone melkdistel en klein
      streepzaad)

    - onderste omwindselblaadjes staan iets uit
      (zie ook echt bitterkruid, groot streepzaad, schermhavikskruid,
      smal streepzaad en stengelomvattend havikskruid)

    - vrij tot zeer zeldzaam
    - vanaf mei t/m augustus
    - 20 tot 80 cm
    - citroengeel 1,5 tot 2,5 cm

  • schermhavikskruid (Hieracium umbellatum)
    - top van onderste en middelste omwindselblaadjes omgebogen
      (zie ook echt bitterkruid, groot streepzaad,
      paardenbloemstreepzaad, smal streepzaad en stengelomvattend
      havikskruid)

    - veel zeer smalle, weinig getande bladeren, vaak met omgerolde   rand (zie smal streepzaad)
    - bloeiwijze is een scherm of 2 boven elkaar staande kransen
    - algemeen tot vrij zeldzaam
    - vanaf juli tot in de herfst
    - 10 tot 120 cm
    - geel 2 tot 3 cm
    - stijlen geel
    - rozet verdord tijdens bloeitijd

  • smal streepzaad (Crepis tectorum)
    - stijlen donkergroen (zie ook boshavikskruid en moerasstreepzaad)
    - bladranden van de lijnvormige stengelbladen naar beneden gerold
    - vrij zeldzaam
    - vanaf mei tot in de herfst
    - 7 tot 60 cm
    - lichtgeel 1 tot 2 cm

  • stengelomvattend havikskruid (Hieracium amplaxicaule)
    - onderste omwindselblaadjes staan iets af
      (zie ook echt bitterkruid, groot streepzaad,
      paardenbloemstreepzaad, schermhavikskruid en smal streepzaad)

    - stengelomvattende beklierde bladeren
    - rozet tijdens bloei aanwezig
    - uiterst zeldzaam in stedelijke gebieden, rode lijst
    - juni en juli
    - 20 tot 60 cm
    - geel
    - stengel al onder het midden vertakt

  • stijf havikskruid (Hieracium laevigatum)
    - stijlen geel tot bruin
    - rozet verdord tijdens bloeitijd, soms nog 1 of 2 groene bladeren
    - een aantal omwindselblaadjes met spits of toegespitst topje
    - bladrand gaaf of grof getand
    - bladeren in het midden van de stengel niet opvallend dicht bij   elkaar
    - zeer algemeen tot zeer zeldzaam
    - vanaf juli tot in de herfst
    - 15 tot 120 cm
    - geel
    - lijkt op boshavikskruid, vergelijk de gekleurde kenmerken

  • stinkend streepzaad (Crepis foetida)
    - knikkende knoppen (zie ook kleine schorseneer)
    - per stengel schermvormige pluim van meerdere bloemhoofdjes
    - uiterst zeldzaam, rode lijst
    - vanaf juni t/m september
    - 10 tot 50 cm
    - geel 1,5 tot 2 cm

  • weidehavikskruid (Hieracium caespitosum)
    - stengel duidelijk lang afstaand behaard
    - bloeiwijze kluwenachtig, later vlakke tuil
    - rozet aanwezig tijdens bloeitijd
    - zeldzaam tot ontbrekend
    - juni
    - 30 tot 90 cm
    - geel
akkerkool

akkermelkdistel

gele morgenster

gewone melkdistel

groot streepzaad

klein streepzaad

schermhavikskruid

gekroesde melkdistel

  Copyright ontwerp, tekst en foto's Lidy Poot, eigenaar van www.wildebloemen.info 2009 - 2018
Mobiele versie !!

De mobiele versie van deze site staat online. Nog niet volledig ingevuld maar al wel bruikbaar voor een snelle determinatie.
Onderaan elke pagina op de mobiele site kun je kiezen voor de desktopversie, mocht je die liever bekijken. Vanaf de desktopversie kun je op een aantal pagina's switchen naar de mobiele versie. Rechtsboven bij "vorige volgende" staat dan een link.

Vraag deze site op je mobiel op (je wordt automatisch doorgestuurd naar de mobiele versie) en plaats hem bij je favorieten of maak een sneltoets op je startscherm.
Makkelijk voor onderweg tijdens wandeling of fietstocht!