Delen kan via je browser. Dank daarvoor !

Klein streepzaad
Crepis capillaris

Goed te herkennen aan
de kleine paardenbloem-achtige hoofdjes met vuilgele stijlen én de smalle stengelbladeren, die met oortjes de stengel gedeeltelijk omvatten.



Bloeiperiode vanaf juni t/m november.
Zeer algemeen.
Hoogte 30 tot 90 cm.
Doorsnede van de bloem 10 tot 15 mm.



Klein streepzaad groeit op vochtige tot droge, voedselrijke, vaak omgewerkte, grazige grond in bermen, op braakliggende terreinen, tussen straatstenen, op dijken en langs akkers.



De lintbloemen zijn aan de onderkant vaak roodachtig.



De rozetbladeren zijn glanzend, langwerpig en diep, bochtig getand tot veerspletig.



De hoofdjes bestaan alleen uit gele lintbloemen.



De stengel is weinig behaard en gegroefd. De stengelbladeren zijn kleiner dan de rozetbladeren, de bovenste lijnvormig, diep, bochtig getand tot veerspletig of met gave rand en de middelste met twee oortjes de stengel half omvattend.


Vergelijkbare soorten

klein streepzaad :
onderkant buitenste lintbloemen roodachtig, stijlen vuilgeel, omwindselblaadjes tegen het hoofdje aangedrukt en middelste stengelbladeren met (kleine) oortjes.

groot streepzaad :
onderkant buitenste lintbloemen geel, stijlen geel, omwindselblaadjes afstaand.

paardenbloemstreepzaad :
onderkant buitenste lintbloemen paarsrood aangelopen.





Bewerkte botanische illustratie van
klein streepzaad (Crepis capillaris).
Het origineel is van J.E. Sowerby et al.; English Botany, or Coloured Figures of British Plants, ed. 3 [B], vol. 5: t. 818 (1866).



Delen kan via je browser. Dank daarvoor !