328 inheemse, verwilderde en ingeburgerde soorten, geïllustreerd met ruim 3000 foto's
  
"Onkruiden zijn ook bloemen wanneer je ze beter leert kennen." Winnie de Poeh

  home        soortenlijst        sleutels        links       stats        bron        contact        copyright
   
 Rood guichelheil Anagallis arvensis subsp. arvensis
   
vorige   
volgende   
Goed te herkennen aan
de kleine, oranje bloemetjes met 5 gewimperde kroonbladen

Algemeen
Rood guichelheil is een eenjarig plantje van 5 tot 50 cm, oorspronkelijk afkomstig uit het Middelands Zeegebeid. Ze groeit op open, vochtige tot droge (omgewerkte) grond in akkers en moestuinen, op zandplaten en in de duinen.

Ze is algemeen in Zeeland en de duingebieden van Noord- en Zuid-Holland, vrij algemeen de rest van Noord- en Zuid-Holland, in Zuid-Limburg en het rivierengebied, elders zeldzaam.
Bloem
Rood guichelheil bloeit vanaf mei tot in de herfst met lang gesteelde, alleenstaande, oranje bloemetjes. Zelden zijn ze vleeskleurig, lila, paars, blauw of groenachtig.
De bloemen gaan open om een uur of 8 en sluiten 's middags rond 3 uur. Is het bewolkt weer dan blijven ze gesloten.
De kroonbladen hebben aan de basis een paarse vlek. De rand is licht gekarteld en dicht bezet met klierharen, die niet met het blote oog te zien zijn.
Meestal raken of overlappen de kroonbladen elkaar. De meeldraden zijn onderaan met elkaar vergroeid, paars van kleur en behaard, waardoor het hart van het bloemetje een paarse indruk geeft.

Blad en stengel
De liggende of opstijgende stengels wortelen niet, zijn vierkant en kaal. De bladeren zijn eirond en hebben aan de onderkant zwarte klierpuntjes. Meestal staan ze tegenover elkaar, soms in een krans van 3.

Bijzonderheden
Rood guichelheil is giftig. Niet bloeiend lijkt ze veel op vogelmuur, dat gebruikt wordt als vogelvoer.

Vergelijkbare soorten
Naast rood guichelheil zijn er in Nederland ook blauw en teer guichelheil, beiden zeer zeldzaam. Teer guichelheil is zacht roze tot bijna wit, blauw guichelheil is uiteraard blauw. Rood guichelheil heeft in de meeste gevallen oranje bloemen, maar kan ook bloeien met blauwe bloemen.
Het verschil tussen blauw guichelheil en rood guichelheil is het aantal klierharen aan de rand van de kroonbladen. Blauw guichelheil heeft er maximaal 30, terwijl de randen van de kroonbladen van rood guichelheil dicht bezet zijn. Verder raken of overlappen de kroonbladen van blauw guichelheil elkaar niet; de kelkbladen zijn te zien tussen de kroonbladen.

Algemeen
- sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
- eenjarig
- algemeen tot zeldzaam
- 5 tot 50 cm

Bloem
- oranje, soms blauw
- mei tot in de herfst
- alleenstaand
- stervormig
- 1 tot 1,5 cm
- 5 kroonbladen, niet vergroeid
- 5 kelkbladen
- 5 meeldraden
- 1 stijl

Blad
- tegenoverstaand
- enkelvoudig
- eirond tot langwerpig
- top spits
- rand gaaf
- voet afgerond
- 3 tot 5 nervig

Stengel
- liggend of opstijgend
- kaal
- vierkant

Bewerkte botanische illustratie van
rood guichelheil (Anagallis arvensis subsp. arvensis).


  Copyright ontwerp, tekst en foto's Lidy Poot, eigenaar van www.wildebloemen.info 2009 - 2018
Mobiele versie !!

De mobiele versie van deze site staat online. Nog niet volledig ingevuld maar al wel bruikbaar voor een snelle determinatie.
Onderaan elke pagina op de mobiele site kun je kiezen voor de desktopversie, mocht je die liever bekijken. Vanaf de desktopversie kun je op een aantal pagina's switchen naar de mobiele versie. Rechtsboven bij "vorige volgende" staat dan een link.

Vraag deze site op je mobiel op (je wordt automatisch doorgestuurd naar de mobiele versie) en plaats hem bij je favorieten of maak een sneltoets op je startscherm.
Makkelijk voor onderweg tijdens wandeling of fietstocht!